Yubinuki.nl, Japanse borduur technieken

Jessica van Brouwershaven

De tijd vliegt.
In deze vreemde wereld is het voor mij soms moeilijk om dingen voor elkaar te krijgen. Het regelmatig schrijven in de blog is voor mij altijd al een uitdaging, laat staan in deze tijd. Maar ik zit hier weer te typen en wil nog een afrondend praatje houden over de verbeterpunten waar ik door Beate op werd gewezen. Ik ben altijd blij met opbouwende kritiek, daar leer ik van.

Time flies.
In this strange world it is difficult for me to get things done. Regularly writing in my blog has always been a challenge for me, let alone in this day and age. But I’m typing here again and I want to have a final chat about the areas of improvement that Beate pointed out to me. I always welcome constructive criticisme, I learn from it.


De short stitch holding, die ik zo enthousiast heb geborduurd, is te veel. 3 steken in het midden, over de langste steken, is voldoende om te zorgen dat het goud van de meeldraden niet wegzakt. En de steken mogen langer gemaakt worden.

Dit zelfde mag je ook toepassen in de pruimenbloesem, als je wilt. Die is geborduurd in platte zijde, dan wordt de short stitch holding ook in platte zijde gedaan. Verder sla je bij platte zijde niet een draad over. (In 1 naar boven, in 2 weer naar beneden)

This short stitch holding, that I have stitched so enthousiastically, is too much. 3 stitches in the middle, on the longest foundationstitches, is enough to make sure your gold for the stamen will not sink into the foundation. And the stitches can be made longer.

The same thing can be done on the plum blossom, if you like. The plum is embroidered in flat silk, your short stitch holding should also be done in flat silk. And you don’t skip a foundation thread (up in one, down in two).

 

 

De volgende opmerking die Beate maakte, het hartje van het esdoornblad hoort gesloten te zijn. Ik had zelf al gezien dat ik de afzonderlijke punten iets te vol geborduurd heb, waardoor het geheel propperig is geworden. Als het iets opener geborduurd is, kun je het hart ook makkelijker sluiten. Een ander punt is dat de middenlijn van de punten moeten uitkomen in de buitenste punt van het blad. Dat is bij mij ook niet overal gelukt. Iets om bij het ontwerpen al op te letten. Nog maar eens een oefen ontwerpje met esdoornblaadjes ontwerpen in de toekomst.

The next remark Beate made, the heart of the maple leave should be closed. I had discoverd for my self that the different points of the leave were stitched too full, they get bumpy. If your stitching is more open, it will be easier to close the heart. an other “problem” is the line through the differebt sections of the leave. It should end in the point. Something to check with the next design. Maybe I should design another practice piece with maple leaves.

 

 

 

Dit takje had wat meer body mogen hebben. Nu valt het bijna weg, terwijl ik graag wilde dat het de bloemen bij elkaar haalde.
Een ontwerp detail voor de volgende keer.

This little twig needs more body to bring the design together. Also a design detail for the next time.

 

 

 

 

 

Op deze foto is het nog opgespannen, maar nu het van het raam is gaan mijn lijntjes hier en daar wiebelen. Toch net niet strak genoeg aangetrokken, denk

ik.

In this picture my works is still on the frame. Now that it is of the frame some of my lines have started to wobble. I probably should take more care securing my gold lines, next time.

 

 

 

Er komt nog een foto van het eindwerkstuk, maar dat is nog niet klaar. Een nieuwe stitch-along is bijna klaar en begint binnenkort.
Ondertussen wens ik jullie veel borduurplezier.

There will be a picture of the completed box, but it isn’t ready yet. A new stitch-along is nearly ready and will start shortly.
In the meantime I wish you happy stitching.

 

Jessica

Zoals ik al had gedacht, vorige week was het te druk om te schrijven. Beate is geweest om les te geven, 6 dagen lang. Alles op 1,5 m., maar het ging goed. Alleen aan tafel waren minder gesprekken, omdat we zover uit elkaar zaten. Van een paar dames heb ik de zeshoek gezien, erg leuk, allemaal verschillend uitgevoerd.
Met Beate heb ik mijn werk besproken en er kwamen wat puntjes uit voor verbetering. Ik zal ze in de volgende aflevering behandelen, het is een leerproces en daar heeft iedereen wat aan.

As I thought, last week I was too busy to write. Beate was here to teach for 6 days. Everything at 1,5 m., but it all went well. Only at the dinnertable there were fewer conversations, because we sat so far apart. A few of the ladies brought their stitched hexagon, all very nice, all stitched differently.
I discussed my work with Beate and some points came up for improvement. I will cover them in the next episode, it is a learning process and it benefits everyone.

En dan nu het laatste stukje, de afwerking. Ik heb hier een karayori voor gebruikt. Deze maak je door de ondertwist zacht te houden en de overtwist zo strak mogelijk te doen. Dan plak je de draad op een glas, maakt hem nat en laat hem een nacht drogen. Het mooiste is als je de karayori voor het verwerken op een koma zet, zodat je de draad strak kan houden. Heb je geen koma, dan kun je de draad misschien vastplakken aan je raam.

And now the last part, the finishing. I used a karayori for this. A karayori is made by keeping your undertwist soft and doing the overtwist as tightly as possible. Use cellotape to stick the thread on a glass, wet it and let it dry overnight. The best thing is if you put your karayori on a koma. If you don’t have a koma, maybe you can tape the karayori on your frame.

In het schema staat 3/1 + 2 goud #1 TT. Ik heb 2 donkergroen, 1 lichtgroen ( in 2 gedeeld) en 1 lengte goud #1 dubbel om de priem gedaan.
Geef je zijde eerst een ondertwist, voordat je je goud mee twist, om te voorkomen dat je goud wegzakt in de zijde. Maak niet een te sterke ondertwist, anders wordt je karayori niet glad.
De overtwist doe je zo strak mogelijk, maar de draad mag niet gaan kronkelen. Houd de draad strak en plak hem vast op een glas, natmaken en laten drogen. Het is handig als je meerdere karayori maakt. Ik heb alle stappen op de foto gezet.

In the boxchart it says 3/1 + 2 gold #1 TT. I used 2 dark green, 1 light green (divided in 2) and a length gold #1 doubled around the awl.
Give your silk a bit of undertwist before you twist the gold into the thread, to prevent your gold from disappearing in your silk. Don’t make your undertwist too strong, or your karayori won’t be smooth. You do the overtwist as tightly as possible, but your thread should not crinkle. Keep the thread tight and stick it on a glass, wet it and let it dry. It is usefull to make multiple karayori. I made photo’s of every step.

 

Nu kunnen we de draad gaan verwerken. De karayori wordt per 2 draden samen vastgezet met een dunne couching draad (1/2 T), elke 2 mm.. In mijn werk heb ik een derde draad nodig, omdat ik teveel ruimte heb tussen de verschillende motieven. Deze derde draad komt er langs als de eerste 2 vastzitten, maar je steken gaan altijd over 2 draden.
De eerst lijn kun je van zijkant naar zijkant leggen, zonder onderbreking, maar bij de volgende lijnen moet je de karayori naar achter trekken of steken op het kruispunt.

Now we can start with the karayori. You need 2 karayori, they will be stitched together. Use a couching thread (1/2T) for this. You put a stitch in at every 2 mm.. In my work I need a third karayori, because I have too much space between the different motifs. This third karayori will come alongside the first 2, but will be stitched over 2 karayori.
The first line can be put in from side to side, without interruption, but with the following lines you have to pull the karayori to the back at the intersection.

Voor de zijkanten trek je de draden van punt naar punt om ze mooi recht te krijgen. Zet de uiteinden vast, ga dan naar het midden. Zoek daarna steeds het midden tussen de steken op, totdat de steekjes ongeveer 2 mm. uit elkaar liggen.

For the sidelines you pull the karayori’s from point to point to get them straight. Stitch the outer points, then go to the middle. Find the middle between the stitches again, until the stitches are about 2 mm. apart.

Ook bij de zijkanten van de tralie en het vlas heb ik te veel ruimte. Daarom heb ik daar nog 2 karayori aan de binnenkant verwerkt.

At the sidelines of the lattice and the flaxleave I have too much space. That is why I put in 2 more karayori on the inside of the design.

Dit is het hele ontwerp, ik heb alles zo goed mogelijk beschreven, zoals ik het heb gedaan. De punten voor verbetering die ik met Beate heb besproken zal ik volgende week in een blog zetten.

This is the design completed. I tried to describe as good as possible my way of stitching this. The points for improvement I discussed with Beate will be in a blogpost next week.

Veel plezier en succes/ Have fun and succes, Jessica

Alweer de vijfde uitleg, de tijd vliegt. Dit is het laatste vlakje van de vijf, volgende keer leg ik uit hoe ik de afwerking heb gedaan.

Voor de ondergrond heb ik een getwiste draad genomen en omdat ik alleen groen te hard vond heb ik er een beetje oranje door getwist. De twist is 2,5/1, dat betekent dat je aan beide kanten 1 volle draad groen hebt en ¼ oranje draad.

Begin in het midden van het vlak en leg je draad parallel aan de onderkant van het vlakje. Borduur eerst de ene helft en dan de andere. Je hebt geen short-stitch-holding nodig, het vlasblad (flaxleave) motief houdt alles op zijn plaats. Ook hier heb ik een lijn gespannen 1 mm. van de randen, omdat ik dacht dat ik de ruimte nodig had, maar als je net aan de binnenkant van de lijn borduurt, hou je voldoende ruimte voor je sierdraad.

This is the fifth explanation already, time flies. It is the last part of the five, next time I’ll explain how I did the finish.

For the foundation I used a twisted thread and because I thought the green on it’s own was too harsh, I used a bit of orange as well. The twist is 2,5/1, which means that on both sides you have 1 full green thread and a ¼ thread of the orange.

tart in the middle and place your thread parallel to the bottom line. Stitch one half first and then the other. For this foundation you don’t need short-stitch-holding, the flaxleave motif will hold it in place. I stitched a guideline first, 1mm. from the sides, because I thought I needed the space. But if you stitch just inside the lines, I think you will have enough room for your finishing thread.

Nu kunnen we beginnen met de flaxleave. Ik heb dit gedaan met oranje, 1/1 T. Je mag deze draad stevig twisten.

Alle lijnen staan 7 mm. uit elkaar. De eerste rij lijnen staan vertikaal op de ondergrond, in een hoek van 90°.

Now we can start with the flaxleave. I stitched this with orange, 1/1 T. You can give it a tight twist.

All lines are 7 mm. apart. The first lines are at a 90° angle to the foundation.

De tweede en derde rij lijnen komen in een hoek van 30° Gebruik hiervoor je driehoek met de scherpe hoek. Leg eerst één naar links en daarna één naar rechts, het snijpunt komt op een verticale lijn. Vul het vlak verder in, ook weer 7 mm. uit elkaar.

The second and third layer of lines are in a 30° angle. Use your triangle with the sharp corner. Put one line in to the left and than one to the right making sure they cross each other on the vertical line. Fill in the rest, again 7 mm. apart.

Nu ga je in de richting van de ondergrond alle kruisingen vastzetten, met oranje, 1/2 T. ( Ik heb het zelf met een te dikke draad gedaan)

Now we will tie down the intersections with orange, 1/2 T. ( My thread was too thick)

De ondergrond bestaat nu uit driehoekjes en is klaar voor de rest van het motief. Kijk goed naar de foto’s. Kom bij A boven, ga bij B naar beneden en kom dan bij C weer boven. De lus die tussen A en B is ontstaan moet worden vastgezet. Daarvoor ga je met je naald over de lus en steek je in het midden van het driehoekje naar beneden. Als je nu voorzichtig aantrekt ontstaan er 3 lijnen in je driehoek. Op deze manier vul je alle driehoekjes.

The foundation is filled with little triangles and is ready for the rest of the motif. Have a good look at the photos. Come up at point A, go down at point B and come up again at piont C. The loop that you’ll find between A and B has to be tied down. For this you take your needle over the loop and go down in the middle of the triangle. Pull carefully and 3 lines will appear in the triangle. Fill all the triangles this way.

Zoals je misschien ziet heb ik teveel ruimte overgelaten aan de buitenlijn. Zorg dat je de ondergrond ver genoeg door borduurt, 1/2 mm. van de rand is genoeg.

Maybe you can see that I have left too much space at the outside line. Make sure you stitch your foundation far enough, 1/2 mm. from the edge is enough.

Ik weet niet of het me lukt om volgende week de laatste uitleg te posten. Komende week is Beate 6 dagen op bezoek voor lessen in Japans borduren.

I don’t know if I can post the last explanation next week. The coming week Beate will be here for 6 days to teach Japanese embroidery.

Veel plezier, have fun,

Jessica

Hoe is het, lukt het borduren? Is alles duidelijk? Vragen kun je altijd stellen onderaan het bericht ( eventueel op de tital van een bericht klikken ). Klik dan op het blokje comment.

How are you doing? Is everything clear? You can always leave your questions at the end of this message. Just klick on the comment button.

 

Het volgende stukje van het ontwerp dat ik heb geborduurd is de kersenbloesem. Voor de basis heb ik 3/1 T genomen en naald nr. 9. Maak voor een bloem altijd een soft twist. Een steviger twist is voor bladeren en takken ed.
Begin weer bij het bloemetje op de voorgrond met het grootste blad (het hoofd). De eerst steek komt in het midden van het blad. Werk vanuit het midden naar links en daarna naar rechts.

The next part of the design that I stitched is the cherry blossom. For the foundation I used 3/1 T and needle nr 9. Use a soft twist if you stitch a flower. A stronger twist is for leaves and branches etc..
Start with the foreground flower again and with it’s “head”, this is the largest petal. Start with the first stitch in the middle of the petal and work to the left first and than to the right.

 

Nu alle bloemen er op zitten gaan we de lange steken van de blaadjes vastmaken met short-stitch-holding. Hiermee voorkom je ook dat je borduurwerk in de ondergrond zakt. Ik heb een voorbeeld van deze techniek geborduurd op de witte kers met oranje steken. Uiteraard is het de bedoeling dat je deze steken niet ziet.
Maak steken van rechts boven naar links onder van ongeveer 0,8 tot 1 cm lang. Kom in steek A boven, sla steek B over en ga in steek C weer naar beneden. Kom dan weer boven aan de rechterkant van steek A enz.  Werk van links naar rechts. Zoals je ziet op de foto hoef je niet alle steken van de ondergrond vast te zetten.

Now that we have stitched all the flowers we will fasten the longer stitches of the petals with short-stitch-holding. This will also prevent your embroidery from sinking into the foundation. I’ve stitched an example of this techniek on the white cherry with orange stitches. Of course, you shouldn’t see these stitches.
Stitch from top right to bottom left, making stitches of about 0,8 to 1 cm long. Come up in stitch A, skip B and go down in stitch C. Then come up on the right side of stitch A , etc. Work from left to right. As you can see in the photo, you do not have to secure all the stitches of the foundation.

De meeldraden worden geborduurd met #1 goud, half hitch, net als bij de pruimenbloesem. Je meeldraden moeten allemaal dezelfde lengte hebben en je borduurt er 16 stuks. Begin weer in het grootste blad. Maak een +, daarna een x en borduur dan tussen alle meeldraden nog één draad. Kom uiteindelijk in het midden boven en zet de draden met 1 steekje vast terwijl je ze iets uit het midden naar beneden trekt.

Om het mezelf makkelijker te maken heb ik een rondje van 18 mm. uit papier gehaald. Het papier leg ik met magneten op mijn werk vast. Zo krijg ik mijn meeldraden allemaal even lang.

The stamen are stitched with #1 gold half hitch. Your stamen must be all the same length and you stitch 16 of them. Start in the largest petal again. Stitch a + and an x and than between all the stamen another one. Your needle comes up in the middle and you secure your stamen with 1 stitch, while pulling your stamen a bit out of the centre.

To make it easier for myself I’ve cut out a circle of 18 mm. out of a piece of paper. I’ve put this piece of paper on my stitching and I’ve secured them with magnets. This way I’ll get all my stamen the same length.

Nu gaan we de meeldraden vastleggen met rood couchingdraad. De eerste meeldraad in het grootste blad mag gewoon recht, de rest van de meeldraden leg je iets rond, ze buigen weg van de eerste meeldraad. Begin altijd in het midden van een meeldraad en verdeel de steken gelijkmatig.

Now we will tie down the stamen with red couchingthread. The first stamen in the largest petal can be straight, but the other stamen get a light curve, they curve away from the first stamen. Always start in the middle of a stamen and space your stitches evenly.

Als laatste borduren we de stuifmeelkorrels. Dit kunnen knoopjes zijn, 1 aan het eind van elke meeldraad, of twee steekjes. Ik heb gekozen voor twee steekjes. Deze steekjes moeten allemaal even groot zijn en in een mooie cirkel liggen. Om de cirkel te krijgen heb ik een papieren cirkel genomen van 18 mm. doorsnee. Deze heb ik op mijn meeldraden gelegd, het wordt op de plaats gehouden door een magneetje. Gebruik 2/1 T en maak een steekje van 2 tot 3 mm aan het uiteinde van een meeldraad. Ga eerst één keer rond en daarna pas de tweede keer.

Finally we stitch the pollen. These can be knots, 1 at the end of each stamen, or two stitches. I’ve chosen the two stitches. These stitches should all be the same size and should be in a circle. To get the circle I took an 18 mm. diameter paper circle. I’ve put this circle on my stamen, it is held in place by a magnet. Use 2/1 T and make a 2 to 3 mm. stitch at the end of each stamen. Go around once and then the second time.

Ik wens iedereen weer heel veel succes.

I wish everyone a lot of succes.

Jessica

Ik kreeg de vraag of ik het Japanse knoopje uit kan leggen. Ik zal een poging wagen.

De stuifmeelkorrels worden uitgebeeld door middel van knoopjes. De draad is getwist in een S-twist (ondertwist op je linkerhand, meestal 2 draadjes in 1, in geel).  Hecht aan en kom boven.

Leg een lus in de draad door een ronddraaiende beweging te maken tegen de klok in, steek je naald onder de rechter kant van de lus, over de linker kant en dan in de stof, links van en vlakbij waar je boven bent gekomen.

Laat de naald absoluut niet los en houd de draad die uit de naald komt vast, er ontstaat een lus. Trek je naald door de stof, houd je vingers in de lus en houd de draden strak. Trek de knoop tegen de stof aan en trek de draad verder aan. Als je vingers er niet meer in kunnen pak je de tekobare om het laatste stukje te doen. Je ziet nu een mooi rond knoopje ontstaan.

Trek niet te hard aan. De knoopjes mogen losjes aan het eind van de meeldraden gelegd worden, eventueel kunnen er extra knoopjes gemaakt worden in je pruimenbloesem.

Bring your needle up and make a loop by moving your thread counterclockwise. Pass your needle under the right side of the loop, over the left side of the loop and into the fabric, to the left of and very close to where your thread came up.

Don’t let go of your needle and hold on to the thread that goes through the eye of the needle, a loop will appear. Pull your needle through the fabric, keep your fingers in the loop and keep your thread taut. Pull the knot against the fabric and pull the thread through. If your fingers don’t fit in the knot anymore, take your tekobare. You’ll see a nice knot appear.

Don’t pull to hard, the knots can be place loosely at the end of each stamen. You can add some extra knots if you like in your plum blossom.

Het borduren kan beginnen. Het eerste stukje van het ontwerp dat ik heb geborduurd is de pruimenbloesem. Voor de basis heb ik 2/1 F genomen en naald nr. 8. Begin bij het bloemetje op de voorgrond met het grootste blad (het hoofd). De eerst steek komt in het midden van het blad. Werk vanuit het midden naar links en daarna naar rechts, dan hoef je niet met je hand over je eerder geborduurde vlakje heen. Bij de volgende blaadjes gaat het net zo.

The stitching can begin. The first part of the design that I stitched is the plum blossom. For the foundation I used 2/1 F and needle nr 8. Start with the foreground flower and with it’s “head”. This is the largest petal. Start with the first stitch in the middle of the petal and work to the left first and than to the right, so your hand doesn’t go over your embroidery. The other petals are done the same way.

Het volgende dat ik heb geborduurd is het knopje. Ook hier heb ik 2/1 F gebruikt en naald 8. Begin weer met een steek in het midden van de hele cirkel. Voor de richting van de andere blaadjes kun je de foto’s bekijken.

The next thing I stitched is the bud. I used 2/1 F and needle 8 again. Start with a stitch in the middle of the full cirkel. For the stitch direction of the other petals you can use the photo’s.

De meeldraden worden geborduurd met #1 goud, half hitch. Dat betekent dat je beide uiteinden van je gouddraad tegelijk in je naald nr 10 doet. Je haalt de naald door de lus die ontstaat en trekt voorzichtig aan. Nu kan je goud nergens meer heen. Je meeldraden hoeven bij een pruimenbloesem niet allemaal dezelfde lengte te hebben en je borduurt er 16 stuks. Begin weer in het grootste blad. Maak een +, daarna een x en borduur dan tussen alle meeldraden nog één. Kom uiteindelijk in het midden boven en zet de draden met 1 steekje vast terwijl je ze iets uit het midden naar beneden trekt.

The stamen are stitched with # gold half hitch. Put the ends of your gold together in your nr 10 needle and take your needle through the loop. Pull carefully and your needle will be secured. Your stamen do not have to be all the same length and you stitch 16 of them. Start in the largest petal again. Stitch a + and an x and than between all the stamen another one. Your needle comes up in the middle and you secure your stamen with 1 stitch, while pulling your stamen a bit out of the centre.

Het tweede bloemetje wordt afgesneden door de lijn van het ontwerp. Daar komt later een afwerkdraad overheen. Ik heb zelf een lijn getrokken op 1 mm afstand van de geprinte lijn, maar dat is teveel. Als ik het weer zou doen, zou ik net binnen de geprinte lijn blijven. Borduur verder net als het eerste bloemetje, te beginnen bij het grootste blad.

The second flower is cut of by the line of the design. We’ll put a decorative thread over it later. I stitched a line 1 mm from the printed line, but that was too much room. If I would stitch it again I would put my stitches just inside the printed line.Stitch this flower as you did the first one, start with the largest petal.

Toen ik de bloemen klaar had miste ik nog wat. Op mijn schets stond ook een tak, maar die is niet in de print gekomen. Geen probleem, met een beetje fantasie kun je dit er zo in borduren. Ik heb #1 goud enkel genomen (naald nr.9) en vastgezet met een licht groene draad 1/2 T ( couching naald).

After I had finished the flowers I thought something was missing. On my sketch I had a branch, but it did not make it on the print. No problem, with a bit of imagination you can stitch it yourself. I used #1 gold, single ( needle 9) and secured it with a light green, 1/2 T (couching needle)

 

Als laatste heb ik de stuifmeelkorrels gedaan, 2/1 S twist, een rond knoopje ( naald 9). Elke meeldraad krijgt een stuifmeelkorrel, maar ze hoeven niet precies in een rondje te liggen. En een korrel meer is ook niet erg. Ook de knop krijgt een paar stuifmeelkorrels.

The last thing I did was the pollen, 2/1 S twist, round knots ( needle 9). Every stamen gets pollen, but they do not have to be in an exact circle. And a bit more pollen is not a problem. The bud also gets some pollen.

Heel veel plezier. Vragen en opmerkingen kun je hieronder kwijt.

Have fun and enjoy. Questions and remarks can be written below.

Het patroon is klaar, de beschrijving wordt gemaakt en er is een box chart (werklijst). Maar eerst wil ik wat informatie geven over het gebruik van het kleine raam. Dit raampje is handig voor kleine ontwerpjes.

Het raam bestaat uit een binnenraam en een buitenraam. Het buitenraam is bekleed met katoenen stroken, hiermee kun je de spanning bepalen. Het binnenraam heeft een gat waar de klem in past om het raam op de tafel vast te zetten. Het buitenraam heeft rechts boven een gaatje voor je priem. Door het buitenraam over het binnenraam te duwen terwijl je ontwerp op het binnenraam ligt, span je het ontwerp op.

The design is ready, the description is being written and there is a boxchart. But first I like to give some information on the use of the small frame. This frame is very handy for small designs.

This frame consists of an inner frame and an outer frame. The outer frame is lined with strips of cotton, with these you can change the tension. The inner frame has a hole in which you can insert the clamp to fasten it on the table. The outer frame has a small hole on the right for your awl. By pushing the outer frame over the inner frame with your design in between you can frame your design.

Het opspannen gaat als volgt.

Leg je binnenraam op de tafel (let op het gat voor de klem) en leg je ontwerp er op. Plaats je buitenraam op het binnen raam (let op het gat voor je priem) en duw gelijkmatig het buitenraam om het binnenraam heen. Als je niet gelijkmatig duwt kan je patroon vervormen.

Framing up goes as follows:

Put your inner frame on the table (fig 1)( check where the hole is) and place your design on top(fig2). Place your outer frame over the inner frame( fig 3) (mind where the hole for your awl is (Top Right)(fig 4)) and push the outer frame evenly over the inner frame( fig 5). If you don’t push evenly your design can deform.

 

 

Nu het werk is opgespannen heb je nog 1 ding nodig om te beginnen en dat is je werkschema. Die vind je hieronder in de foto.

Now that your works is framed up you need 1 more thing to get started and that is your boxchart. You’ll find it in the photo below.

 

Fuzzy effect is een speciale techniek in het Japans borduren. Je borduurt je draden zo dat de achtergrond ook nog zichtbaar is. Over het algemeen is een patroon op de stof gezet met de zelfkanten rechts en links. In dat geval kun je bij sommige soorten stof de draden in de vallei van het weefsel leggen. ( De ruimte tussen 2 inslagdraden). Bij de kwartels kan ik dit niet op deze manier doen, omdat we het patroon andersom op de stof hebben gezet. De zelfkant zit boven en onder en ik kan daarom mijn draadjes niet in de vallei leggen. Wat doe je dan als je wel dit effect wil gebruiken? Meten, meten, meten.

Je basisdraden moeten 1 mm. uit elkaar liggen (en recht), daarna moet je deze draden om de 2 mm. vastzetten. Het duurt even, maar ik moet zeggen, dan heb je ook wat. Het is wazig, maar het zit rotsvast.

( u kunt  op de foto klikken om elk draadje te zien )

 

1 keer in het jaar, in mei, ga ik 5 dagen borduren bij Beate in Keulen. Op dit moment werk ik aan een groot stuk en er waren een aantal punten waar ik met Beate over wilde overleggen en onder haar toeziend oog aan wilde werken.

Ten eerste heb ik een kleur dilemma. Het origineel is op donkergrijs geborduurd en ik werk op een donkerrode achtergrond. Voor de blaadjes van de chrysantjes hebben we voor donkergroen en blauw gekozen, Op de rolletjes ziet het er samen erg mooi uit, maar op de rode achtergrond is de blauw wel heel erg hard en donker. Ik wilde graag een iets lichtere, meer naar het groen neigende blauw. Er was wel een wat lichtere blauw, maar niet een goede tint met meer groen. De lichtere maar dan maar proberen. Deze viel op mijn rode achtergrond helemaal weg. Uithalen maar weer. Na overleg de 2 kleuren blauw gemengd voor een deel van de blaadjes. Een aantal blaadjes blijft toch effen blauw. Vooral de blaadjes die in de schaduw zitten, tegen de rots. Alle blauw-getinte blaadjes krijgen een donkergroene nerf en de groene blaadjes een blauwe nerf.

Binnenkort weet ik of ik tevreden ben met deze keuze.

Wordt vervolgd.

Afgelopen weekend konden mensen kennis maken met het Japans borduren. In 2 dagen zijn er een aantal technieken aangeleerd. Het werk is niet af, maar iedereen kan thuis verder werken. Het was een heel gezellig en intensief weekend, en na 2 dagen hard werken zijn hier de resultaten.

 

kersenbloesem in een doosje, het originele ontwerp Het tijdens de tentoonstelling geborduurde stuk
Het originele ontwerp van de kersenbloesem geborduurd door de lerares Het tijdens de tentoonstelling geborduurde stuk
Lottes stuk Elisabeth's stuk
Het door Lotte geborduurde stuk Het door Elisabeth geborduurde stuk
Het stuk van Chi-Chi Johan's stuk
Het stuk van Chi-Chi Johan’s stuk
Recente berichten