Japanse borduurtechnieken

Hoe is het, lukt het borduren? Is alles duidelijk? Vragen kun je altijd stellen onderaan het bericht. Klik dan op het blokje comment.

How are you doing? Is everything clear? You can always leave your questions at the end of this message. Just klick on the comment button.

 

Het volgende stukje van het ontwerp dat ik heb geborduurd is de kersenbloesem. Voor de basis heb ik 3/1 T genomen en naald nr. 9. Maak voor een bloem altijd een soft twist. Een steviger twist is voor bladeren en takken ed.
Begin weer bij het bloemetje op de voorgrond met het grootste blad (het hoofd). De eerst steek komt in het midden van het blad. Werk vanuit het midden naar links en daarna naar rechts.

The next part of the design that I stitched is the cherry blossom. For the foundation I used 3/1 T and needle nr 9. Use a soft twist if you stitch a flower. A stronger twist is for leaves and branches etc..
Start with the foreground flower again and with it’s “head”, this is the largest petal. Start with the first stitch in the middle of the petal and work to the left first and than to the right.

 

 

 

 

 

 

Nu alle bloemen er op zitten gaan we de lange steken van de blaadjes vastmaken met short-stitch-holding. Hiermee voorkom je ook dat je borduurwerk in de ondergrond zakt. Ik heb een voorbeeld van deze techniek geborduurd op de witte kers met oranje steken. Uiteraard is het de bedoeling dat je deze steken niet ziet.
Maak steken van rechts boven naar links onder van ongeveer 0,8 tot 1 cm lang. Kom in steek A boven, sla steek B over en ga in steek C weer naar beneden. Kom dan weer boven aan de rechterkant van steek A enz.  Werk van links naar rechts. Zoals je ziet op de foto hoef je niet alle steken van de ondergrond vast te zetten.

Now that we have stitched all the flowers we will fasten the longer stitches of the petals with short-stitch-holding. This will also prevent your embroidery from sinking into the foundation. I’ve stitched an example of this techniek on the white cherry with orange stitches. Of course, you shouldn’t see these stitches.
Stitch from top right to bottom left, making stitches of about 0,8 to 1 cm long. Come up in stitch A, skip B and go down in stitch C. Then come up on the right side of stitch A , etc. Work from left to right. As you can see in the photo, you do not have to secure all the stitches of the foundation.

 

 

 

 

 

 

De meeldraden worden geborduurd met #1 goud, half hitch, net als bij de pruimenbloesem. Je meeldraden moeten allemaal dezelfde lengte hebben en je borduurt er 16 stuks. Begin weer in het grootste blad. Maak een +, daarna een x en borduur dan tussen alle meeldraden nog één draad. Kom uiteindelijk in het midden boven en zet de draden met 1 steekje vast terwijl je ze iets uit het midden naar beneden trekt.

Om het mezelf makkelijker te maken heb ik een rondje van 18 mm. uit papier gehaald. Het papier leg ik met magneten op mijn werk vast. Zo krijg ik mijn meeldraden allemaal even lang.

The stamen are stitched with #1 gold half hitch. Your stamen must be all the same length and you stitch 16 of them. Start in the largest petal again. Stitch a + and an x and than between all the stamen another one. Your needle comes up in the middle and you secure your stamen with 1 stitch, while pulling your stamen a bit out of the centre.

To make it easier for myself I’ve cut out a circle of 18 mm. out of a piece of paper. I’ve put this piece of paper on my stitching and I’ve secured them with magnets. This way I’ll get all my stamen the same length.

 

 

 

 

 

 

Nu gaan we de meeldraden vastleggen met rood couchingdraad. De eerste meeldraad in het grootste blad mag gewoon recht, de rest van de meeldraden leg je iets rond, ze buigen weg van de eerste meeldraad. Begin altijd in het midden van een meeldraad en verdeel de steken gelijkmatig.

Now we will tie down the stamen with red couchingthread. The first stamen in the largest petal can be straight, but the other stamen get a light curve, they curve away from the first stamen. Always start in the middle of a stamen and space your stitches evenly.

 

 

 

 

 

 

Als laatste borduren we de stuifmeelkorrels. Dit kunnen knoopjes zijn, 1 aan het eind van elke meeldraad, of twee steekjes. Ik heb gekozen voor twee steekjes. Deze steekjes moeten allemaal even groot zijn en in een mooie cirkel liggen. Om de cirkel te krijgen heb ik een papieren cirkel genomen van 18 mm. doorsnee. Deze heb ik op mijn meeldraden gelegd, het wordt op de plaats gehouden door een magneetje. Gebruik 2/1 T en maak een steekje van 2 tot 3 mm aan het uiteinde van een meeldraad. Ga eerst één keer rond en daarna pas de tweede keer.

Finally we stitch the pollen. These can be knots, 1 at the end of each stamen, or two stitches. I’ve chosen the two stitches. These stitches should all be the same size and should be in a circle. To get the circle I took an 18 mm. diameter paper circle. I’ve put this circle on my stamen, it is held in place by a magnet. Use 2/1 T and make a 2 to 3 mm. stitch at the end of each stamen. Go around once and then the second time.

 

 

 

 

 

 

Ik wens iedereen weer heel veel succes.

I wish everyone a lot of succes.

Jessica


One Response to ZESHOEK stitch-along 4

  • Monica vroeg: de kersenbloesembladeren vastzetten met?

    Monica, bij de Zeshoek stitch-along, het begin, staat een werkschema. Daarin staat de short stitch holding 1/2 T van 1 draad 2 getwiste draden maken. Ik heb dit ook onder je vraag gezet, maar het antwoord hoort bij bovenstaande uitleg. Dat heb ik vergeten te noemen, inderdaad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *