Japanse borduurtechnieken

Monthly Archives: juni 2020

Alweer de vijfde uitleg, de tijd vliegt. Dit is het laatste vlakje van de vijf, volgende keer leg ik uit hoe ik de afwerking heb gedaan.

Voor de ondergrond heb ik een getwiste draad genomen en omdat ik alleen groen te hard vond heb ik er een beetje oranje door getwist. De twist is 2,5/1, dat betekent dat je aan beide kanten 1 volle draad groen hebt en ¼ oranje draad.

Begin in het midden van het vlak en leg je draad parallel aan de onderkant van het vlakje. Borduur eerst de ene helft en dan de andere. Je hebt geen short-stitch-holding nodig, het vlasblad (flaxleave) motief houdt alles op zijn plaats. Ook hier heb ik een lijn gespannen 1 mm. van de randen, omdat ik dacht dat ik de ruimte nodig had, maar als je net aan de binnenkant van de lijn borduurt, hou je voldoende ruimte voor je sierdraad.

This is the fifth explanation already, time flies. It is the last part of the five, next time I’ll explain how I did the finish.

For the foundation I used a twisted thread and because I thought the green on it’s own was too harsh, I used a bit of orange as well. The twist is 2,5/1, which means that on both sides you have 1 full green thread and a ¼ thread of the orange.

Start in the middle and place your thread parallel to the bottom line. Stitch one half first and then the other. For this foundation you don’t need short-stitch-holding, the flaxleave motif will hold it in place. I stitched a guideline first, 1mm. from the sides, because I thought I needed the space. But if you stitch just inside the lines, I think you will have enough room for your finishing thread.

 

 

 

 

 

 

Nu kunnen we beginnen met de flaxleave. Ik heb dit gedaan met oranje, 1/1 T. Je mag deze draad stevig twisten.

Alle lijnen staan 7 mm. uit elkaar. De eerste rij lijnen staan vertikaal op de ondergrond, in een hoek van 90°.

Now we can start with the flaxleave. I stitched this with orange, 1/1 T. You can give it a tight twist.

All lines are 7 mm. apart. The first lines are at a 90° angle to the foundation.

 

 

 

 

 

 

De tweede en derde rij lijnen komen in een hoek van 30° Gebruik hiervoor je driehoek met de scherpe hoek. Leg eerst één naar links en daarna één naar rechts, het snijpunt komt op een verticale lijn. Vul het vlak verder in, ook weer 7 mm. uit elkaar.

The second and third layer of lines are in a 30° angle. Use your triangle with the sharp corner. Put one line in to the left and than one to the right making sure they cross each other on the vertical line. Fill in the rest, again 7 mm. apart.

 

 

 

 

 

 

Nu ga je in de richting van de ondergrond alle kruisingen vastzetten, met oranje, 1/2 T. ( Ik heb het zelf met een te dikke draad gedaan)

Now we will tie down the intersections with orange, 1/2 T. ( My thread was too thick)

 

 

 

 

 

 

De ondergrond bestaat nu uit driehoekjes en is klaar voor de rest van het motief. Kijk goed naar de foto’s. Kom bij A boven, ga bij B naar beneden en kom dan bij C weer boven. De lus die tussen A en B is ontstaan moet worden vastgezet. Daarvoor ga je met je naald over de lus en steek je in het midden van het driehoekje naar beneden. Als je nu voorzichtig aantrekt ontstaan er 3 lijnen in je driehoek. Op deze manier vul je alle driehoekjes.

The foundation is filled with little triangles and is ready for the rest of the motif. Have a good look at the photos. Come up at point A, go down at point B and come up again at piont C. The loop that you’ll find between A and B has to be tied down. For this you take your needle over the loop and go down in the middle of the triangle. Pull carefully and 3 lines will appear in the triangle. Fill all the triangles this way.

 

 

 

 

 

 

Zoals je misschien ziet heb ik teveel ruimte overgelaten aan de buitenlijn. Zorg dat je de ondergrond ver genoeg door borduurt, 1/2 mm. van de rand is genoeg.

Maybe you can see that I have left too much space at the outside line. Make sure you stitch your foundation far enough, 1/2 mm. from the edge is enough.

Ik weet niet of het me lukt om volgende week de laatste uitleg te posten. Komende week is Beate 6 dagen op bezoek voor lessen in Japans borduren.

I don’t know if I can post the last explanation next week. The coming week Beate will be here for 6 days to teach Japanese embroidery.

Veel plezier, have fun,

Jessica

Hoe is het, lukt het borduren? Is alles duidelijk? Vragen kun je altijd stellen onderaan het bericht. Klik dan op het blokje comment.

How are you doing? Is everything clear? You can always leave your questions at the end of this message. Just klick on the comment button.

 

Het volgende stukje van het ontwerp dat ik heb geborduurd is de kersenbloesem. Voor de basis heb ik 3/1 T genomen en naald nr. 9. Maak voor een bloem altijd een soft twist. Een steviger twist is voor bladeren en takken ed.
Begin weer bij het bloemetje op de voorgrond met het grootste blad (het hoofd). De eerst steek komt in het midden van het blad. Werk vanuit het midden naar links en daarna naar rechts.

The next part of the design that I stitched is the cherry blossom. For the foundation I used 3/1 T and needle nr 9. Use a soft twist if you stitch a flower. A stronger twist is for leaves and branches etc..
Start with the foreground flower again and with it’s “head”, this is the largest petal. Start with the first stitch in the middle of the petal and work to the left first and than to the right.

 

 

 

 

 

 

Nu alle bloemen er op zitten gaan we de lange steken van de blaadjes vastmaken met short-stitch-holding. Hiermee voorkom je ook dat je borduurwerk in de ondergrond zakt. Ik heb een voorbeeld van deze techniek geborduurd op de witte kers met oranje steken. Uiteraard is het de bedoeling dat je deze steken niet ziet.
Maak steken van rechts boven naar links onder van ongeveer 0,8 tot 1 cm lang. Kom in steek A boven, sla steek B over en ga in steek C weer naar beneden. Kom dan weer boven aan de rechterkant van steek A enz.  Werk van links naar rechts. Zoals je ziet op de foto hoef je niet alle steken van de ondergrond vast te zetten.

Now that we have stitched all the flowers we will fasten the longer stitches of the petals with short-stitch-holding. This will also prevent your embroidery from sinking into the foundation. I’ve stitched an example of this techniek on the white cherry with orange stitches. Of course, you shouldn’t see these stitches.
Stitch from top right to bottom left, making stitches of about 0,8 to 1 cm long. Come up in stitch A, skip B and go down in stitch C. Then come up on the right side of stitch A , etc. Work from left to right. As you can see in the photo, you do not have to secure all the stitches of the foundation.

 

 

 

 

 

 

De meeldraden worden geborduurd met #1 goud, half hitch, net als bij de pruimenbloesem. Je meeldraden moeten allemaal dezelfde lengte hebben en je borduurt er 16 stuks. Begin weer in het grootste blad. Maak een +, daarna een x en borduur dan tussen alle meeldraden nog één draad. Kom uiteindelijk in het midden boven en zet de draden met 1 steekje vast terwijl je ze iets uit het midden naar beneden trekt.

Om het mezelf makkelijker te maken heb ik een rondje van 18 mm. uit papier gehaald. Het papier leg ik met magneten op mijn werk vast. Zo krijg ik mijn meeldraden allemaal even lang.

The stamen are stitched with #1 gold half hitch. Your stamen must be all the same length and you stitch 16 of them. Start in the largest petal again. Stitch a + and an x and than between all the stamen another one. Your needle comes up in the middle and you secure your stamen with 1 stitch, while pulling your stamen a bit out of the centre.

To make it easier for myself I’ve cut out a circle of 18 mm. out of a piece of paper. I’ve put this piece of paper on my stitching and I’ve secured them with magnets. This way I’ll get all my stamen the same length.

 

 

 

 

 

 

Nu gaan we de meeldraden vastleggen met rood couchingdraad. De eerste meeldraad in het grootste blad mag gewoon recht, de rest van de meeldraden leg je iets rond, ze buigen weg van de eerste meeldraad. Begin altijd in het midden van een meeldraad en verdeel de steken gelijkmatig.

Now we will tie down the stamen with red couchingthread. The first stamen in the largest petal can be straight, but the other stamen get a light curve, they curve away from the first stamen. Always start in the middle of a stamen and space your stitches evenly.

 

 

 

 

 

 

Als laatste borduren we de stuifmeelkorrels. Dit kunnen knoopjes zijn, 1 aan het eind van elke meeldraad, of twee steekjes. Ik heb gekozen voor twee steekjes. Deze steekjes moeten allemaal even groot zijn en in een mooie cirkel liggen. Om de cirkel te krijgen heb ik een papieren cirkel genomen van 18 mm. doorsnee. Deze heb ik op mijn meeldraden gelegd, het wordt op de plaats gehouden door een magneetje. Gebruik 2/1 T en maak een steekje van 2 tot 3 mm aan het uiteinde van een meeldraad. Ga eerst één keer rond en daarna pas de tweede keer.

Finally we stitch the pollen. These can be knots, 1 at the end of each stamen, or two stitches. I’ve chosen the two stitches. These stitches should all be the same size and should be in a circle. To get the circle I took an 18 mm. diameter paper circle. I’ve put this circle on my stamen, it is held in place by a magnet. Use 2/1 T and make a 2 to 3 mm. stitch at the end of each stamen. Go around once and then the second time.

 

 

 

 

 

 

Ik wens iedereen weer heel veel succes.

I wish everyone a lot of succes.

Jessica


We zijn al weer toe aan het derde deel van de stitch-along en dit wordt het vlak met de oranje basis en daarover een tralie.
Ik ben dit blok begonnen met een lijn te borduren 1 mm. van de geprinte lijn, in de veronderstelling dat ik die ruimte nodig had. Achteraf bleek dit te veel te zijn. Ik denk dat als je de steken net aan de binnenkant van de lijn plaatst, je ruimte genoeg overhoud voor de sierdraad. Je werkt met 2/1 F en naald nr. 8.

We are ready to start the third part of the stitch-along and this will be the part with the orange foundation and the lattice holding.
I started this part with a stitched line, 1 mm. from the printed line, thinking that I needed this space later. In hind site this was too much space. I think that if you put your stitches just inside the printed line, you will have ampple space for your decorative thread. Use 2/1 F and needle nr. 8.

De eerste steek komt midden in het vlak, in de richting waarin je wilt borduren. Ik heb gekozen te borduren in dezelfde richting als de buitenlijn. Na de eerste lijn vul je eerst de ene helft van het vlak op en daarna de andere helft. Ik borduur altijd eerst de linkerkant, zodat ik niet met mijn hand over het al geborduurde vlak ga bij de tweede kant. Borduur niet te dicht, maar wel aan een gesloten. Laat aan de buitenlijn minder ruimte dan ik heb gedaan. Al die ruimte had ik niet nodig, ik heb dit zelfs nog moeten opvullen met een extra sierdraad.

The first stitch will be in the middle, in the direction that you want to stitch. I chose to stitch in the same direction as the outside line. After the first stitch you fill in one half of the space and then the other half. In always stitch the lefthand side first, so I don’t have to go over my stitching when I do the other half. Don’t put your stitches too close together, but make sure your threads close the space. Do not leave as much space at he outside line as I did. All this space was not needed, I had to fill it in with an extra decorative thread.

 

 

 

 

 

 

Voor de tralie gebruik je #1 goud, een enkele draad en neem hiervoor naald nr. 9 of 10.
Het patroon wordt uitgezet met behulp van je driehoek. Als je goed naar de foto’s kijkt zie je dat het goud over de basis ligt in een hoek van 45° en de lijnen die het goud samen maken liggen in een hoek van  90° van elkaar. Leg je driehoek met de middenlijn op je basis en trek de eerste lijn met goud langs de zijkant. Leg dan de tweede lijn in 90° er op. De lijnen liggen 4 mm. uit elkaar. Vul het hele vlak.

For the lattice you use #1 gold, single thread and use needle nr. 9 or 10.
The pattern is made by using your triangle. If you look at the photos you’ll see that the gold is on a 45° angle to the foundation and the lines of gold are on a 90° angle. Place the triangle with hte middle line in the same direction as you foundation and put in your first gold line allong the side of the triangle. The second line will be on the 90° angle to the first one. The lines ar 4 mm apart. Fill in the entire space.

 

 

 

 

 

 

Nu moet de tralie vastgezet worden. Maak steekjes van 2 tot 3 mm met goud #1, in de richting van je basis over de kruisingen. Werk van rechts naar links en van boven naar beneden.

Now you have to secure the lattice. Make stitches of 2 to 3 mm with gold #1, in the direction of the foundation over the crossings. Work from right to left and from top to bottom.

 

 

 

 

 

 

Ik wens jullie weer heel veel plezier.

I wish you all a lot of fun.

Jessica