Japanse borduurtechnieken

Monthly Archives: mei 2020

Op naar de volgende/ On to the next one.

Ik heb als tweede de Japanse esdoorn bladeren (maple leaves) geborduurd. Dit blad wordt altijd geborduurd in dezelfde volgorde. Je begint bij het grootste deel van het blad en je borduurt per onderdeel ook altijd eerst de onderzijde van de nerf (onder de regenboog). De techniek heet Separated Single Layer en wordt gebruikt voor motieven met een duidelijke nerf. Je borduurt met 3/1 T( naald 9) of 1,5 F (naald 8).

De second piece that I stitched are the maple leaves. This leave is always stitched in the same way. You start with the largest part of the leave and always stitch the concave side of the vein first. This technic is called Separated Single Layer and is used for motifs with a clear vein. You stitch with 3/1 T (needle 9) or 1,5 F (needle 8).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Begin in het midden van het blad en borduur de eerste steek net iets binnen de lijn ( one point inward), werk van binnen naar buiten. Borduur niet te dicht, maar de steken moeten wel de stof bedekken. Let op hoe schuin je steken liggen, naar boven toe liggen ze steeds meer in de richting van de nerf. De laatste steek in de punt komt net buiten de lijn (one point outward) Als de eerste helft  klaar is maak je een klein steekje om je draad vast te zetten en werk je verder van buiten naar binnen en vanaf de top van het blad weer naar het midden.

Start in the centre of the leave and stitch the first stitch just inside of the line (one point inward), work from the inside out. Don’t put the stitches too close together, but they have to cover your fabric. Mind the angle of your stitches, upwards they are more towards the vein. The last stitch in the tip is just outside of the line (one point outward). When the first half is done you secure your thread with a small stitch and you continue from the outside in and from the top towards the middle.

 

De volgende bladeren gaan net zo. Ook hier worden bladeren afgesneden door de lijn van het ontwerp. Daar komt later een afwerkdraad overheen. Net als bij de pruim heb ik zelf een lijn getrokken op 1 mm afstand van de geprinte lijn, maar dat is teveel. Ik raad aan om net binnen de geprinte lijn blijven. Van een lastig hoekje heb ik extra foto’s geplaatst met mijn oplossing.

The other leaves are stitched in the same manner. And again we see that parts of the leaves are cut of by the line of the design. We’ll put a decorative thread over it later. I stitched a line 1 mm from the printed line, but that was too much room. I recommend stitching just inside the printed line. I made extra photo’s of a difficult part of one of the leaves with my solution.

 

 

 

 

 

 

Omdat ik erg kritisch ben op mezelf wil ik toch een aantal opmerkingen maken bij mijn werk. Dit is mijn manier van leren en misschien hebben jullie er ook wat aan.
De blaadjes die zijn geborduurd met platte zijde zijn te vol en ik had een paar keer de laatste steek van een bladonderdeel weg kunnen laten.
Het laatste blaadje zou ook mooier kunnen, want ik heb zitten modderen met de lijn die ik niet zo netjes er even in heb gemaakt. Verder kwam ik niet goed uit bij het blaadje dat achter het lichtgroene blad verdwijnt. Maar goed, er moet altijd iets te verbeteren blijven of schuiven we het onder de noemer Wabi en Sabi.

Because I am very critical of myself, I want to make a number of comments about my work. This is my way of learning and maybe it will help you too.
The leaves stitched with flat silk are too full and I could have left out the last stitch of a leave-part a few times.
The last leave could also be nicer, because I muddled with the line that I did not put in very neatly. Furthermore, I did not get the angle of the stitches right of the part that disappears behind the green leave. Anyway, there is always something to improve or shall we call it Wabi and Sabi.

 

Ik wens jullie weer veel plezier en succes, Jessica


 

 

Ik kreeg de vraag of ik het Japanse knoopje uit kan leggen. Ik zal een poging wagen.

De stuifmeelkorrels worden uitgebeeld door middel van knoopjes. De draad is getwist in een S-twist (ondertwist op je linkerhand, meestal 2 draadjes in 1, in geel).  Hecht aan en kom boven.

Leg een lus in de draad door een ronddraaiende beweging te maken tegen de klok in, steek je naald onder de rechter kant van de lus, over de linker kant en dan in de stof, links van en vlakbij waar je boven bent gekomen.

Laat de naald absoluut niet los en houd de draad die uit de naald komt vast, er ontstaat een lus. Trek je naald door de stof, houd je vingers in de lus en houd de draden strak. Trek de knoop tegen de stof aan en trek de draad verder aan. Als je vingers er niet meer in kunnen pak je de tekobare om het laatste stukje te doen. Je ziet nu een mooi rond knoopje ontstaan.

Trek niet te hard aan. De knoopjes mogen losjes aan het eind van de meeldraden gelegd worden, eventueel kunnen er extra knoopjes gemaakt worden in je pruimenbloesem.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

How to make knots for your pollen.

Bring your needle up and make a loop by moving your thread counterclockwise. Pass your needle under the right side of the loop, over the left side of the loop and into the fabric, to the left of and very close to where your thread came up.

Don’t let go of your needle and hold on to the thread that goes through the eye of the needle, a loop will appear. Pull your needle through the fabric, keep your fingers in the loop and keep your thread taut. Pull the knot against the fabric and pull the thread through. If your fingers don’t fit in the knot anymore, take your tekobare. You’ll see a nice knot appear.

Don’t pull to hard, the knots can be place loosely at the end of each stamen. You can add some extra knots if you like in your plum blossom.

Het borduren kan beginnen. Het eerste stukje van het ontwerp dat ik heb geborduurd is de pruimenbloesem. Voor de basis heb ik 2/1 F genomen en naald nr. 8. Begin bij het bloemetje op de voorgrond met het grootste blad (het hoofd). De eerst steek komt in het midden van het blad. Werk vanuit het midden naar links en daarna naar rechts, dan hoef je niet met je hand over je eerder geborduurde vlakje heen. Bij de volgende blaadjes gaat het net zo.

The stitching can begin. The first part of the design that I stitched is the plum blossom. For the foundation I used 2/1 F and needle nr 8. Start with the foreground flower and with it’s “head”. This is the largest petal. Start with the first stitch in the middle of the petal and work to the left first and than to the right, so your hand doesn’t go over your embroidery. The other petals are done the same way.

 

 

 

 

 

 

Het volgende dat ik heb geborduurd is het knopje. Ook hier heb ik 2/1 F gebruikt en naald 8. Begin weer met een steek in het midden van de hele cirkel. Voor de richting van de andere blaadjes kun je de foto’s bekijken.

The next thing I stitched is the bud. I used 2/1 F and needle 8 again. Start with a stitch in the middle of the full cirkel. For the stitch direction of the other petals you can use the photo’s.

 

 

 

 

 

 

De meeldraden worden geborduurd met #1 goud, half hitch. Dat betekent dat je beide uiteinden van je gouddraad tegelijk in je naald nr 10 doet. Je haalt de naald door de lus die ontstaat en trekt voorzichtig aan. Nu kan je goud nergens meer heen. Je meeldraden hoeven bij een pruimenbloesem niet allemaal dezelfde lengte te hebben en je borduurt er 16 stuks. Begin weer in het grootste blad. Maak een +, daarna een x en borduur dan tussen alle meeldraden nog één. Kom uiteindelijk in het midden boven en zet de draden met 1 steekje vast terwijl je ze iets uit het midden naar beneden trekt.

The stamen are stitched with # gold half hitch. Put the ends of your gold together in your nr 10 needle and take your needle through the loop. Pull carefully and your needle will be secured. Your stamen do not have to be all the same length and you stitch 16 of them. Start in the largest petal again. Stitch a + and an x and than between all the stamen another one. Your needle comes up in the middle and you secure your stamen with 1 stitch, while pulling your stamen a bit out of the centre.

 

 

 

 

 

 

Het tweede bloemetje wordt afgesneden door de lijn van het ontwerp. Daar komt later een afwerkdraad overheen. Ik heb zelf een lijn getrokken op 1 mm afstand van de geprinte lijn, maar dat is teveel. Als ik het weer zou doen, zou ik net binnen de geprinte lijn blijven. Borduur verder net als het eerste bloemetje, te beginnen bij het grootste blad.

The second flower is cut of by the line of the design. We’ll put a decorative thread over it later. I stitched a line 1 mm from the printed line, but that was too much room. If I would stitch it again I would put my stitches just inside the printed line.Stitch this flower as you did the first one, start with the largest petal.

Toen ik de bloemen klaar had miste ik nog wat. Op mijn schets stond ook een tak, maar die is niet in de print gekomen. Geen probleem, met een beetje fantasie kun je dit er zo in borduren. Ik heb #1 goud enkel genomen (naald nr.9) en vastgezet met een licht groene draad 1/2 T ( couching naald).

After I had finished the flowers I thought something was missing. On my sketch I had a branch, but it did not make it on the print. No problem, with a bit of imagination you can stitch it yourself. I used #1 gold, single ( needle 9) and secured it with a light green, 1/2 T (couching needle)

 

Als laatste heb ik de stuifmeelkorrels gedaan, 2/1 S twist, een rond knoopje ( naald 9). Elke meeldraad krijgt een stuifmeelkorrel, maar ze hoeven niet precies in een rondje te liggen. En een korrel meer is ook niet erg. Ook de knop krijgt een paar stuifmeelkorrels.

The last thing I did was the pollen, 2/1 S twist, round knots ( needle 9). Every stamen gets pollen, but they do not have to be in an exact circle. And a bit more pollen is not a problem. The bud also gets some pollen.

Heel veel plezier. Vragen en opmerkingen kun je hieronder kwijt.

Have fun and enjoy. Questions and remarks can be written below.

 

Het patroon is klaar, de beschrijving wordt gemaakt en er is een box chart (werklijst). Maar eerst wil ik wat informatie geven over het gebruik van het kleine raam. Dit raampje is handig voor kleine ontwerpjes.

Het raam bestaat uit een binnenraam en een buitenraam. Het buitenraam is bekleed met katoenen stroken, hiermee kun je de spanning bepalen. Het binnenraam heeft een gat waar de klem in past om het raam op de tafel vast te zetten. Het buitenraam heeft rechts boven een gaatje voor je priem. Door het buitenraam over het binnenraam te duwen terwijl je ontwerp op het binnenraam ligt, span je het ontwerp op.

The design is ready, the description is being written and there is a boxchart. But first I like to give some information on the use of the small frame. This frame is very handy for small designs.

This frame consists of an inner frame and an outer frame. The outer frame is lined with strips of cotton, with these you can change the tension. The inner frame has a hole in which you can insert the clamp to fasten it on the table. The outer frame has a small hole on the right for your awl. By pushing the outer frame over the inner frame with your design in between you can frame your design.

 

 

 

 

 

 

Het opspannen gaat als volgt.

Leg je binnenraam op de tafel (let op het gat voor de klem) en leg je ontwerp er op. Plaats je buitenraam op het binnen raam (let op het gat voor je priem) en duw gelijkmatig het buitenraam om het binnenraam heen. Als je niet gelijkmatig duwt kan je patroon vervormen.

Framing up goes as follows:

Put your inner frame on the table ( check where the hole is) and place your design on top. Place your outer fram over the inner frame (mind where the hole for your awl is) and push the outer frame evenly over the inner frame. If you don’t push evenly your design can deform.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu het werk is opgespannen heb je nog 1 ding nodig om te beginnen en dat is je werkschema. Die vind je hieronder in de foto.

Now that your works is framed up you need 1 more thing to get started and that is your boxchart. You’ll find it in the photo below.

Veel succes, Jessica

Het is nog steeds spannend, mijn sprankelende water. Er is veel van het zilver verdwenen, maar je ziet door het borduurwerk heen wel het zilver van de ondergrond. Daar reageert het grijs-blauw-groen anders dan op het rood. Ik denk dat er net voldoende zilver over blijft om het water de diepte en sprankeling te geven die ik wilde. Gelukkig maar, want het leek even helemaal fout te gaan toen ik het eerste zilver had opgebracht. Nu heb ik ook de rest voorbereid en kan ik het water verder borduren. In de bochten wil ik proberen iets meer zilver te laten zien. Bovenop komt nog zilver metallic garen om de rimpelingen in het water aan te geven.

De grashalmen bij het water had ik als eerste geborduurd. De regel is, wat op de voorgrond staat, borduur je eerst. Bij nader inzien heb ik ze er weer uitgehaald. Ik denk dat het mooier is als ze over het water worden geborduurd (superimposed). Ik heb wat in de boeken gezocht en zie dat het vaker gedaan wordt. Krijgt dit stukje dan wel of geen short-stitch-holding? In principe worden de draden vastgelegd door het gras dat er over heen wordt geborduurd. Maar je krijgt wel een andere uitstraling, “gewoon” platte zijde ziet er anders uit dan de zijde met short-stitch-holding. Ik denk dat het mooier is om dezelfde ondergrond te houden, ook achter de grassen langs.

 

 

 

 

 

 

 

 

It is stil exciting, my sparkling water. Much of the silver has disappeared beneath the embroidery, but you can still see a bit of the silver background. My grey-blue-green silk reacts differently to the silver than to the red background. I think there is just enough silver left to give the water the depth and sparkle I wanted. Fortunately, because it seemed to go completely wrong when I had applied the first silver. Now I have also prepared the rest and I can embroider the water further. Where the water follows the bends I want to try to show a little more silver. On top of this I will put some silver metallic thread to indicate the ripples in the water.

I had embroidered the grass blades by the water. The rule is, what is in the foreground, you embroider first. On closer inspection I decided to take them out again. I think it will look nicer if they are embroidered over the water (superimposed). After checking some books I saw that it is done like that more often. Do I want to put short-stitch holding in this part? Basically the threads are kept in place by the grass that is embroidered over it. But you do get a different look, flat silk looks different from silk with short-stitch holding. I think it will look better if I keep the same surface behind the grasses.